Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen in Sint-Niklaas en de reacties daarop zou ik graag enkele opmerkingen willen geven. Eerst even kort de feiten weergeven. Een drietal koppels in Sint-Niklaas weigeren hun huwelijk te voltrekken door een zwarte schepen. Terechte verontwaardiging in pers. In het maandaginterview van De Morgen dat daarop volgt heb ik het over allochtonen die weggepest worden uit bepaalde overheidsdiensten, zonder daarbij iemand met de vinger te wijzen, noch het Antwerpse stadsbestuur noch enige andere instelling. De redenering achter het pesten: de allochtonen werken hier enkel omdat er sprake is positieve discriminatie en niet omwille van het feit dat ze daarvoor geschikt zijn dus moeten ze eruit. Wat volgt is een heksenjacht op allochtonen binnen de politieke kringen. Men moest immers weten om welke allochtonen het ging. Graag zou ik er op willen duiden dat ik wel degelijk op regelmatige basis aangesproken ben door allochtonen die me wijzen op het “wegpest-probleem” en me vragen om hieraan iets te doen.
Ik ken minstens één persoon die te maken heeft/had met dit probleem. Het is aan hem/haar om hierover naar buiten te komen, wil de persoon dat niet (wat ik begrijp aangezien haar/zijn job dan misschien wel in gevaar komt) is het haar/zijn volste recht om dat niet te doen. Het feit dat ik dit openlijk in een interview heb gezegd is enkel om het probleem aan te kaarten. Een positieve manier om aan politiek te doen. Het is steeds hetzelfde verhaaltje: er vinden bepaalde racistische gebeurtenissen plaats, in plaats van het zoeken naar de juiste oplossingen wordt de aandacht afgeleid door de media naar andere minder relevante zaken. De media dient zijn verantwoordelijkheid op te nemen en de nadruk te leggen op de grote uitdagingen (waaronder het racisme) van onze samenleving zonder hierbij opzoek te gaan naar sensatie of andere zaken die nefast zijn voor een verantwoordelijke berichtgeving. Op het “wegpest-probeem” zal ik op het gepast moment terugkomen. In dit opiniestuk zou ik graag dieper ingaan op de kern van het probleem: de werkloosheid van allochtonen in het algemeen en de tewerkstelling van allochtonen in overheidsdiensten in het bijzonder.Vaststelling: nog steeds werken er te weinig allochtonen in de overheidsdiensten, iedereen weet het maar niemand doet daar iets aan. De overheid heeft immers een voorbeeldfunctie, als zij het niet doen moet men het niet verwachten van de privé-sector.
Kernvraag: Hoe gaan we dit belangrijk probleem oplossen? Ik ben niet echt een voorstander van quota (als eerste optie). De verklaring hiervoor sluit aan bij wat ik reeds heb gezegd. Allochtonen die op basis van het quota systeem (een vorm van positieve discriminatie) een job vinden, zullen op de werkvloer door sommigen scheef bekeken worden. Ze werken hier toch maar omdat dit (wettelijk) moet, niet omdat ze de geschikte persoon zijn. Bovendien zou ikzelf niet in een bedrijf willen werken wetende dat de bedrijfsleider mij enkel aangenomen heeft omdat hij daartoe wettelijk verplicht is. Van ideale werkomstandigheden kan men dan niet spreken. Mensen werken immers niet enkel voor de centen maar ook omdat ze zich daarbij goed voelen. Het formuleren van streefcijfers in combinatie met het aanmoedigen van bedrijven om allochtonen in dienst te nemen lijkt mij een betere optie. Een positieve manier om het probleem (weliswaar gedeeltelijk) aan te pakken. Mijn houding ten opzichte van praktijktests ligt in dezelfde lijn. Een allochtoon zal toegang krijgen tot een discotheek enkel alleen omdat de uitbater anders wel eens een proces aan zijn broek zou kunnen krijgen. Maar eigenlijk ziet hij de allochtoon liever gaan dan komen. Ik zou me niet echt kunnen amuseren in een dergelijke sfeer. Bovendien zou men wel eens in een situatie kunnen terecht komen waarin allochtonen actief opzoek gaan naar discriminerende bedrijven eerder dan naar een geschikte job. In zaak-Feryn hebben we al een dergelijk geval meegemaakt. Een gevaarlijke situatie aangezien confrontatie en polarisatie dan wel eens de kop op kunnen steken. Twee elementen die we vandaag kunnen missen als kiespijn.
Maar kan men d.m.v. andere maatregelen de discriminerende instanties niet aanpakken, dan lijken de praktijktests en quota de enige spijtige “oplossing”. Men kan dit dan beschouwen als een phyrusoverwinning. Eerder dan praktijktest en quota moeten we opzoek naar “win-win oplossingen”. De bedrijfsleider moet met plezier een allochtoon in dienst nemen en deze laatste zou elke dag met een glimlach aan het werk moeten gaan.Vandaag is de realiteit echter anders. De werkloosheid bij allochtonen ligt een pak hoger vergeleken met die van etnische E.U.‘ers in België. Uit vdab-onderzoek blijkt dat hier verschillende elementen aan de basis liggen. Als eerste kan men wijzen op het groot verschil in scholingsgraad van de schoolverlaters tussen beide groepen. Maar liefst 42.4% van de allochtone schoolverlaters die zich bij de vdab inschreef is laaggeschoold tegenover 16.1% bij de etnische E.U.’ers. Een jaar later is de helft van die allochtonen nog altijd op zoek naar een job tegenover 16.1% E.U.’ers. Deze situatie legt op zijn beurt een sterke hypotheek op de slaagkansen van de allochtonen op een eerste job. Daarnaast ligt de hoeveelheid hooggeschoolden in de groep van allochtonen veel lager dan in de groep van etnische E.U.’ers. De combinatie van een hoge aantal van laaggeschoolden die moeilijk hun toegang vinden tot de arbeidsmarkt met een lage aantal van hoogopgeleiden resulteert in een oververtegenwoordiging van allochtonen in de werkloosheidscijfers. Het causaal verband tussen onderwijs en werk is natuurlijk al langer bekend. Men kent het probleem maar men doet er weer weinig of niets aan. Een slechte (lage) opleiding is natuurlijk niet de enige verklaring voor het werkloosheidsprobleem. Integendeel, we moeten vandaag durven toe te geven dat racistische en xenofobe overwegingen vaak aan de basis liggen van het niet in dienst nemen van een allochtoon.
Een voorbeeld om dit te illustreren. Toen werd gevraagd aan de baas van poortenfabrikant Feryn waarom hij geen allochtonen in dienst wil nemen, antwoordde hij heel eerlijk: “omdat mijn klanten geen Marokkaanse monteurs aanvaarden”. Feryn legt hier eigenlijk de essentie van het racisme in Vlaanderen bloot, namelijk de structurele aard daarvan. Het “alledaags racisme” wordt dit tegenwoordig genoemd. Alledaags omdat iedere allochtoon in zijn dagelijks leven elke dag te maken heeft met racisme. Het weigeren van de toegang tot een discotheek, racistische opmerkingen op straat en huisbazen die hun woning niet willen verhuren aan vreemdelingen zijn maar enkele voorbeelden van het “alledaags racisme”. Maar wat alledaags is zal al snel als normaal worden beschouwd, net zoals iedereen het normaal acht dat we iedere dag onze tanden poetsen of zoals Wouter van Bellingen het zelf stelt na hetgeen hij meemaakte: “voor een buitenstaander is dit grof, maar ik ben het gewend”. Een gevaarlijke houding. Zijn we dan echt op het punt gekomen dat zelfs de slachtoffers van racisme dit heel normaal vinden? Ik wil er niet aan denken. Het is een feit dat racisme en xenofobie ingebed zit in onze samenleving. Dit probleem zullen we niet oplossen door praktijktesten of quota’s in te voeren maar wel door een structureel gericht beleid om uiteindelijk tot een mentaliteitswijziging te komen. Het is in de eerste plaats de overheid die dit proces in gang moet trekken. Ik geef het toe, het is geen gemakkelijke opdracht die morgen al zal voldaan zijn, maar toch zo noodzakelijk om er vandaag aan te beginnen.
Op het einde van mijn betoog kom ik kort terug op het racisme in Vlaanderen. Een goede rechtvaardige tewerkstellingsbeleid veronderstelt dat men rekening houdt met alle lagen van de bevolking. Bovendien dient de overheid hier het voortouw te nemen. De cijfers zijn verontrustend. Momenteel is 0.2% van de Vlaamse ambtenaren van allochtone afkomst. Het “Actieplan Wervend Werven van Kansgroepen 2007-2009” is een eerste (kleine) stap in de goede richting om aan deze scheeftrekking tegemoet te komen. Het plan bestaat uit een twintigtal maatregelen met als doel een verhoogde instroom van allochtonen en gehandicapten in de Vlaamse overheid. Men streeft naar 4% werknemers van allochtone afkomst binnen de Vlaamse overheid en dit tegen 2015. Concreet wil dit zeggen dat de Vlaamse overheid jaarlijks 160 000 allochtonen in dienst moet nemen om de doelen van de diversiteitplannen te vervullen. Of anders, één tiende van de jaarlijkse 1700 aanwervingen van de overheid moet van allochtone afkomst zijn. Verder is er sprake van diversiteit trainingen en moeten alle leidende ambtenaren streefcijfers formuleren. Bovendien zullen exacte cijfers worden vrijgegeven betreffende het aantal allochtonen in dienst. Een goed initiatief met duidelijke doelen en deadlines hoewel ook hier enkele kritische opmerkingen kunnen worden gemaakt. De voorgenoemde 4% werd berekend op basis van het aandeel van allochtonen van de totale Vlaamse bevolking in 2006. Immers, in 2015 zal het aandeel van de allochtone bevolking hoger liggen dan 4%. Verder kan men vragen stellen voor wat betreft het middel om de vooropgestelde doelen te bereiken. Of zoals minister Vandenbroucke het zelf zei: “We hebben totaal geen expertise over de manier waarop we allochtonen moeten aantrekken”(De Standaard, 18-11-2006). De minister legt hier terecht de vinger op wonde. Hoe gaan we de allochtonen bereiken en motiveren om voor de overheid te werken? Diversiteittrainingen alleen zullen hier echter niet genoeg zijn. Ook hier dienen verdere inspanningen gedaan te worden. Men moet een meer actieve politiek voeren om de allochtone gemeenschap te bereiken. Campagnes voeren in scholen en verenigingen zou een deel van het probleem kunnen oplossen. Tenslotte moet er eindelijk werk gemaakt worden van een betere voorbereiding voor allochtonen m.b.t. steekproeven en examens. Het afgelopen stadsexamen van Antwerpen maakt dit duidelijk. Slechts 3% van de allochtone deelnemers legde het examen met succes af in tegenstelling tot 17% van de autochtone deelnemers. “Het kost allochtonen veel meer tijd om de vragen te lezen, dus redden ze het niet op tijd”, zegt Sven Willaert, arbeidsbegeleider bij Manus. Hetzelfde probleem kent men bij selor. Uit onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven blijkt dat allochtonen gemiddeld slechter scoren dan Vlamingen bij de selor proeven. Een betere begeleiding en voorbereiding van allochtonen zou dit probleem (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Verder blijkt uit het onderzoek dat er discriminatie t.o.v. kansengroepen kan ontstaan op basis van een test zelf. Ik ben zeker niet van mening dat dit het geval is bij het stadsexamen of bij de selor proeven maar ontken het probleem evenzeer. Een onafhankelijk onderzoek zou hier legitiem zijn. Men zou bijvoorbeeld de kwaliteit van de examens op een aantal punten systematisch kunnen controleren.
Kortom, het Actieplan Wervend Werven is een engagement die de Vlaamse overheid aangaat waarbij we toch een aantal leemtes kunnen vaststellen. Aan diezelfde overheid om deze leemtes zo snel mogelijk op te vullen. De Vlaamse overheid mag hier dan ook op afgerekend worden. Zijn er tegen 2015 niet meer allochtonen in overheidsdiensten dan moet men misschien toch overgaan tot quota als laatste optie zoals ik reeds heb gezegd. Bovendien tracht het Actieplan meer allochtonen in de overheidsdiensten te krijgen zonder het onderliggende probleem i.e. het racisme met concrete maatregelen aan te pakken. Want dit is misschien wel de grootste uitdaging die ons te wachten staat. Hoe gaan we dit “alledaags racisme” aanpakken? Hoe moeten we omgaan met gevallen zoals Feryn? Tot slot nog even dit: vaak wordt racisme in verband gebracht met factoren zoals laaggeschooldheid, achterstelling en armoede. Individuen die te maken krijgen met één of meerdere van deze voorgaande elementen zijn gevoeliger om zich “te bekeren” tot het racisme. Wetenschappelijke studies hebben ons dit al meerdere keer bewezen. Maar Vlaanderen wordt als één van meest welvarende regio’s in Europa beschouwd. Op het gebied van onderwijs staan we eveneens steeds ergens bovenaan de lijst. We zijn aldus een welvarende regio met een heel goed onderwijssysteem en toch kent men hier een hoog racismegehalte vergeleken met andere landen. Hoe valt dit te verklaren? Ik zou mijn opiniestuk kunnen beginnen met deze vraag, en als uitgangspunt kunnen gebruiken. Ik heb dat bewust niet gedaan. Iets wat men het laatst leest wordt immers langer onthouden. Aan iedereen dus om naar een antwoord te zoeken. Laat maar komen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|







